Alle laminaatvloeren uit onze collectie zijn geschikt om te leggen in combinatie met vloerverwarming. Dit staat aangegeven op de verpakking.
Voor het goed functioneren van de vloerverwarming en voor het behoud van de laminaatvloer is het van belang dat de installatie correct gebeurt.
Voorbereiding
- Verwarmingselementen die worden ingegoten in de basisvloer moeten minimaal 3 cm onder het vloeroppervlak liggen
- Vóór het leggen van de laminaatvloer moet de verwarming eerst worden getest volgens de richtlijnen van de installateur
- Het vochtgehalte in de dekvloer mag nergens hoger zijn dan 1,5% (gemeten volgens de CM methode)
- Onder het laminaat moet altijd een volledig dampdichte folie worden gelegd
Installeren van de laminaatvloer
- De vloerverwarming moet volledig uitgeschakeld zijn; de vloer mag niet warmer zijn dan 18 graden Celsius
- Leg het dampscherm, de ondervloer en het laminaat volgens de leginstructies op de verpakking
- Voorzie een dilatatievoeg van minimaal 10 mm aan alle zijden van de vloer en bij deurposten en andere vaste objecten in de ruimte
- Zorg voor overgangsprofielen tussen verschillende ruimtes met eveneens minimaal 10 mm ruimte; voor grotere overspanningen moet per 10 strekkende meter een overgangsprofiel worden aangebracht
Inschakelen van de vloerverwarming
- De eerste 24 uur na het leggen van de vloer mag de vloerverwarming niet ingeschakeld worden; pas daarna de temperatuur stapsgewijs (5 graden per dag) opvoeren
- Dit geldt ook wanneer de vloerverwarming langere tijd uitgeschakeld is geweest (bv. na de zomer)
- De maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur is 26 graden Celsius
Vloerkoeling
Er zijn vloerverwarmingssystemen die ook fungeren als vloerkoeling. In principe gelden hiervoor dezelfde richtlijnen als voor de installatie met vloerverwarming. Voor specifieke informatie hierover kunt u terecht bij uw dealer.Een laminaatvloer uit onze collectie staat garant voor jarenlang woon- of werkplezier. Om optimaal van uw laminaatvloer te genieten is het van belang dat u de vloer op de juiste manier onderhoudt. De volgende onderhoudsrichtlijnen helpen u daarbij.
- Het reinigen van de vloer dient zoveel mogelijk droog te gebeuren. Alleen incidenteel mag de vloer licht vochtig gereinigd worden met een kleine hoeveelheid schoonmaakazijn opgelost in lauw water. Na nat reinigen de vloer altijd nadrogen.
- Gebruik voor lichtvochtige reiniging absoluut geen huishoudelijke reinigingsmiddelen of laminaatreinigers. Deze bevatten vaak bijtende of voedende bestanddelen die de vloer aantasten.
- Gemorste vloeistoffen altijd direct opdrogen met een schone doek.
- Zorg dat er in de woning voldoende schoon- en droogloopmatten zijn. Zo kan beschadiging van de vloer door vuil, steentjes, zand of vocht worden tegen gegaan.
- Onder stoelen en andere (bewegende) meubels viltglijders aanbrengen. Vervang deze regelmatig. Harde of metalen wieltjes van bureaustoelen vervangen door zachte wieltjes die geschikt zijn voor laminaatvloeren.
- De luchtvochtigheid in de ruimte waar de laminaatvloer ligt, moet tussen de 40% en 70% zijn. Is de luchtvochtigheid lager, dan moet de ruimte bevochtigd worden. Is deze hoger, dan is ontvochtigen nodig.
Stel een vraag Terug naar de homepage